Kijk ook eens op:

Wil Ik Berekenen

 

Alle informatie in een notendop

Tachtigjarige oorlog in Zeeuws-Vlaanderen

Zeeuws-Vlaanderen met name heeft in het verleden meerdere malen met oorlogsgeweld te maken gekregen, met gehele of gedeeltelijke ver-woestingen als gevolg. In Tachtigjarige Oorlog was de stad Axel en de omringende ambachten jaren-lang frontgebied in de strijd tegen de Spaanse overheersing. Ter verdediging van de streek liet men in opdracht van de Staten van Zeeland grote delen van het (Zeeuws)-Vlaamse polderlandschap onder (zout) water lopen waardoor de eb- en vloedstroom vrijelijk toegang had, met grote gevol-gen voor het landschap. Veel van de toen uitge-scheurde geulen zijn nu nog terug te vinden in het landschap, zoals in het krekengebied tussen Axel en Hulst waar ook nu nog diverse oude vesting-resten aanwezig zijn.

In 1573 zetten de Staatse troepen voet aan wal in Zeeuws- Vlaanderen en krijgen Biervliet in handen. Maar dat is niet genoeg. In de nacht van 26 juli 1574 landt een kleine vloot Zeeuwse schepen bij Terneuzen met de bedoeling Axel in te nemen. De Spanjaarden worden in een hinderlaag gelokt en Axel valt in Staatse handen. Het eerste militaire succes van Prins Maurits. De Geuzen steken een aantal belangrijke gebouwen in brand: het stadhuis, het kasteel, de kerk en het klooster van Ter Hagen bij Zuiddorpe. Want in de oorlog is alles geoorloofd en kregen bevelhebbers opdracht ”om gebieden te verwoesten, te vernielen en ganselijk te bederven.” Axel wordt een complete vestingstad. En blijft dat nog jarenlang. Op een kaart van Hattinga uit 1750 is de stad nog afgebeeld als een stad met wallen, grachten, ravelijnen, poorten en een kruitmagazijn. Axel blijft in handen van de prins van Oranje tot 30 oktober 1583. Toen liep de baljuw van het Land van Waes van Steelant, over naar de Spaanse kant waardoor het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen, op Terneuzen na, weer Spaans werd.

Maar al op 6 november 1583 van dat jaar komt het Staatse antwoord: Philips, graaf van Hohenlohe, opperste veldheer en later schoonzoon van Willem van Oranje, komt met duizend militairen het bruggenhoofd Terneuzen versterken en bouwt met zijn Duitse ruiters een nieuw fort dat de naam de Moffenschans krijgt. Van daaruit zou men verder oprukken zuidwaarts. Het doel was niet alleen om meer grond in Vlaanderen in handen krijgen, maar bovenal om de scheepvaart over de Schelde van en naar Antwerpen te beheersen. Terneuzen vormt aldus een grote bedreiging voor Parma. De plaats kon een steunpunt worden voor de bevoorrading van Gent.

Op 11 en 12 november 1583 vinden de eerste schermutselingen plaats maar Spaanse soldaten trachtten dit te voorkomen door het land onder water te zetten en de verdedigingswerken van Axel, Sas van Gent en Hulst uit te breiden. In de maanloze nacht van 16 op 17 juli 1586 gaan twee- tot drieduizend mannen uit Terneuzen op weg naar Axel. Het lukt een van de soldaten om de vesting binnen te dringen. In de vroege ochtend van 17 juli is Axel in Staatse handen en – naar later zou blijken - voorgoed.

Of de Axelaars hier veel beter van werden vermeldt de historie niet. Vrijheid van godsdienst kwam er niet. Eerst werd het rooms-katholieke geloof voorgeschreven, daarna ‘het nieuwe geloof ‘ en het hele gebied rond de vesting werd verder onder water gezet. Pas twintig jaar na de dood van Prins Maurits lukte het zijn halfbroer Frederik Hendrik wat Maurits graag wilde. In 1645 neemt hij het laatste Spaanse bolwerk in Zeeuws -Vlaanderen in: de stad Hulst.

Bronnen

  • Cronijck van de familievereniging mr Hendrick Scheele (mei 2012)
  • Zelandia Comitatus (Blok)
  • Het leven van Philip von Hohenlohe (Stuij)

Reacties