Kijk ook eens op:

Wil Ik Berekenen

 

Alle informatie in een notendop

De meetkundige grondslag van kaarten en de Rijksdriehoeksmeting

Iedereen krijgt wel eens met kaarten te maken. Kaarten van slechts enkele percelen tot en met kaarten van hele steden, provincies of landen. Slechts zelden staat men er bij stil dat er een meetkundig verband bestaat tussen al die kaarten. Bij de oprichting van het Kadaster in 1832, waarbij het hele land werd opgemeten, kende men nog geen landelijk coördinatensysteem. De opmetingen gebeurden per gemeente in een plaatselijk stelsel waarbij een rechthoekig assenstelsel werd geconstrueerd met de voornaamste toren van de stad als middelpunt.

Na jaren bleek dat er aan de randen van de gemeenten aansluitproblemen ontstonden, het waren allemaal losse eilandjes en men kreeg behoefte groeide aan een landelijk coördinatensysteem waarmee een totaal verband tussen al die eilandjes werd bereikt. Eind 19e eeuw werd dit gerealiseerd en ontstond het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, een basisnetwerk van driehoekspunten over heel Nederland (vooral kerktorens). Dit werd verder verdicht en in 1928 was het landelijk stelsel voltooid.

Het RD-stelsel bestaat uit een rechthoekig assenstelsel met als centrum de toren van de O.L Vrouwekerk in Amersfoort. M.b.v. driehoeksmeting werden de coördinaten van vrijwel alle torens(of andere bouwwerken) van Nederland berekend, d.w.z. de afstanden naar de X- en de Y-as. De bijhoudingsdienst van de Rijksdriehoeksmeting werd belast met de bijhouding en controle.

Bij driehoeksmeting wordt gebruik gemaakt van de wetenschap dat, als een zijde van een driehoek en twee hoeken bekend zijn, je ook de overige elementen kunt berekenen. Op deze wijze kun je een heel net van driehoeken berekenen door slechts 1 zijde te meten. De hoekmeting gebeurde met nauwkeurige theodolieten. De lengte van de benodigde driehoekszijde werd afgeleid van een eerder gemeten basis bij Bonn en in 1913 gecontroleerd door een basismeting van 4 km bij Stroe op de Veluwe.

Nadeel van het RD- systeem was het feit dat Nederland verdeeld werd in 4 kwadranten waardoor plus- en mincoördinaten ontstonden. Lastig bij het berekenen van afstanden tussen plaatsten die in meerdere kwadranten lagen en ook een bron van vergissingen.

In 1970 kwam daarin verandering, men verschoof de beide assen zodanig dat het assenstelsel geheel buiten Nederland kwam te liggen (ergens in de buurt van Parijs). De coördinaten van Amersfoort werden toen X =155.000.00 m; Y= 463.000.00 m.

Het tegenwoordige net van driehoekspunten omvat ca. 5600 punten op onderlinge afstand van ca 2,5 km. Bij het Kadaster in Apeldoorn is een coördinatenlijst van alle punten verkrijgbaar. De controlemetingen van de RD- bijhoudingsdienst gebeuren tegenwoordig m.b.v. GPS. Door de GPS-metingen werd het ook mogelijk de RD-punten in hoogte te bepalen waarmee sprake is van een 3D-netwerk.

Na de verschuiving van het nulpunt heeft Amersfoort zijn betekenis als nulpunt dus verloren. Om de historische waarde in ere te houden heeft men in 1996 in de voet van de O.L.Vrouwetoren een kunstwerk geconstrueerd, een metalen plaat in een gat diep onder de vloer van de kerktoren. Een laserstraal prikt vanuit de toren het precieze (oude) nulpunt aan wat geacht wordt te liggen op een denkbeeldig referentievlak 1200 meter daaronder. Sinds 2000 is er ook een verband gelegd met een Europees coördinatenstelsel ETRS89.

Bronnen

  • Prof. J.E. Alberda, Inleiding Landmeetkunde pag. 52 e.v.
  • Theo Scheele, Tijdschrift Geodesia mei 1988. Een dagje Rijksdriehoeksmeting (met GPS)
  • Theo Scheele, Tijdschrift NGT-Geodesia, Nulpunt Amersfoort terug van weggeweest
  • Eric Berkers e.a., De aarde verdeeld en verbeeld, p 62 e.v.

Reacties

 
#1 Hassan 06-08-2017 04:27
Hurrah, that's what I was looking for, what a information! existing
here aat this blog, thanks admin of this web site.

My blog - Lakeisha: https://vimeo.com/29980463
Citeer